Haren en zeisen vergroten de biodiversiteit

Lingewaard Natuurlijk gaf een vrijwilliger van de knotploeg en mij de gelegenheid om een ‘haar en zeiscursus’ te volgen bij Landschapsbeheer Gelderland. Het is natuurlijk erg leuk om een oude techniek en ambacht in stand te houden. Maar dat niet alleen. Uit onderzoek is namelijk gebleken, dat bij machinaal maaien met een cirkelmaaier zo’n 40 tot 50% van de insecten dit niet overleeft. Als je met een zeis maait ondervinden de insecten en kleine diertjes, die zich in de begroeiing bevinden, minimale schade. Het is ook de ideale oplossing om bijvoorbeeld een uitgebloeid perceel veldbloemen te maaien, omdat je met de zeis ziet ‘waar’ en ‘wat’ je wilt maaien. Tijdens het zeisen heb je geen last van het geluid van de machine. Je hoort de vogels en kunt een gesprek voeren.

Tijdens deze ‘haar en zeiscursus’ hebben we de beginselen van het maaien met een zeis geleerd en ook het onderhouden en slijpen van de zeis. Dit slijpen heeft een bijzondere naam, het wordt namelijk ‘haren’ genoemd, het ‘haar’ scherp maken van de zeis, omdat de zeis het beste werkt als deze vlijmscherp is. Meestal wordt een zeis met een strekel gescherpt. De strekel is een lat van ca. 40 cm lang, 4 cm breed en 0,5 cm dik. De ene helft van de lengte is handvat, de andere helft is aan twee kanten voorzien van een laag slijpmateriaal van ca. 3 mm dik. De strekel is zo lang, zodat je met je vingers, tijdens het wetten, op afstand blijft van de scherpe rand. Om de zeis te wetten maak je, vanuit de pols, lange zwaaiende bewegingen vanaf de breedste kant naar de punt van het zeisblad. In plaats van de strekel kun je ook een wetsteen gebruiken, maar omdat de wetsteen veel korter is, moet je nog beter oppassen dat je je niet snijdt. Dus als tijdens het werk de zeis een beetje bot wordt, omdat de snijkant afslijt, zal het blad tussendoor regelmatig gewet moeten worden. Maar het beste resultaat, om de zeis scherp te krijgen, wordt bereikt door de zeis te ‘haren’.                                                                                                      

Dit ‘haren van de zeis’ kan alleen bij ongeharde maaibladen van hoge kwaliteit ijzer. Deze worden nog in Oost-Europa en Oostenrijk gemaakt en ook volop gebruikt, mede omdat ze daar op de steile bergweide niet machinaal kunnen maaien. Het haren gaat als volgt: het snijvlak van zo’n ongehard blad wordt langs de rand naar buiten gedreven met een haarhamer op een haarijzer zodat een dunne rand ontstaat die vlijmscherp is. Een haarijzer is een klein aambeeld, ca. 5x5x2 cm, op een lange puntige staaf die je in de grond slaat of op een speciaal haarbokje vastzet. Een haarhamer heeft een gebogen, plat aflopende achterkant waarmee je op de snijrand van de zeis slaat (haart). Dus eerst moet je de snijkant met de haarhamer op het haarijzer haren tot je een snijrand van ca. 5 mm breed hebt en die dan zo dun is als een scheermes. Als die snijrand heel dun is, hoef je maar heel weinig materiaal weg te slijpen met de strekel of de wetsteen om hem vlijmscherp te maken en te houden. Hoewel dit erg eenvoudig lijkt, is er voor deze bewerking, behoorlijke vakkennis nodig. Vroeger was er dikwijls op grote velden, die met de zeis gemaaid werden, één vakkundig persoon aanwezig wiens taak het was constant te ‘haren’ en zo kon je, bij deze velden de hele dag, het ritmische geklop van het haren horen.

Nu onderhouden we met de zeisen, het gras rondom de schoolmoestuintjes en onder de boomgaard van ‘De Moeshoeve’ in Huissen. Hiermee bieden we een kleine bijdrage aan het vergroten van de biodiversiteit.

Paul Welling

Knotploeg Huissen

Klik op een foto voor een groter exemplaar en om er doorheen te bladeren.

Archief van Nieuwsberichten